
Ten eerste zijn dat de Middeleeuwen, omdat Alfonso VI de stad in 1085 een bijzonder privilege toekent, namelijk vrijstelling van tolheffing vanuit Oviedo, een recht, dat later door Alfonso X en Frederik de Wijze wordt verlengd. Door zich al vroeg vrij en onafhankelijk van de feodale machtshebbers en de kerk te ontwikkelen, wordt Avilés een belangrijk centrum, met grote aantrekkingkracht op burgers, handelslui en scheepsbouwers.
De tweede periode begint in de 19e eeuw met de ontwikkeling van industrie en mijnbouw. De stad groeit vrij snel van 10.000 tot 90.000 inwoners, als gevolg van haar grote aantrekkingskracht door de nieuw ontstane werkgelegenheid. Hoogtepunt voor de industriële ontwikkeling van de stad is het jaar 1956, waarin aan de overkant van de ria een groot ijzer- en staalcomplex, de Ensidesa tot ontwikkeling komt. Net als in alle industriecentra van Europa is er ook hier sprake van een grote terugval.

Het oude stadscentrum, deels stammend uit de Middeleeuwen is nog steeds aantrekkelijk voor de toeristen: nauwe straatjes en veel arcaden. De Plaza de España, ook wel de Plaza Mayor genoemd is het verkeerscentrum van de oude stad. Hier staan ook een aantal imposante gebouwen, zoals het stadhuis in classicistische stijl uit de 17e eeuw naar een ontwerp van Juan de Herrera. Verder het Palacio del Marqués de Ferrara, ook uit de 17e eeuw. In de hoofdkapel van dit gebouw is de graftombe van Don Pedro Ménendez, die als zeeman op de Amerikaanse oostkust de eerste stad, San Augustin stichtte en jarenlang gouverneur was van Florida. Op het Plaza Mayor staat zijn standbeeld. Aan de overkant van het plein staat het ook 17e-eeuwse Palacio de Llano Ponte, nu een bioscoop.
Aan de aantrekkelijke Calle Galiana staat o.a. de kerk San Nicolas de Bari, van origine Romaans. Het behoorde in de Middeleeuwen tot een belangrijk klooster. Tegen deze kerk is de Capilla de los Alas gebouwd, een grafmonument van een belangrijke familie, uit de late Middeleeuwen. Tegenover de kerk ligt de Bron Caños de San Francisco, ook weer uit de 17e eeuw. Aan de Calle de la Ferrería ligt het Palacio de Valdecarzana, het enige voorbeeld van middeleeuwse niet-kerkelijke architectuur, nu het keramiekmuseum.