
Na ernstige verwoestingen in de Onafhankelijkheidsoorlog is de stad op grote schaal herbouwd. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn gegroepeerd rond het grote Plaza del Pilar, een groot rechthoekig plein dat het centrum van de oude stad vormt en die alleen door de Basilica de Nuestra Señora del Pilar van de rivier wordt gescheiden.
El Pilar is een kolossaal bakstenen 18e-eeuwse kerk in Andalusische mudéjar, met vier hoge hoektorens en een middenkoepel, alle opvallend betegeld en vol beeldhouwwerk. In een van de kapellen staat het beeld van de maagd op de pilaar (EI Pilar). Op deze plaats is volgens de overlevering Maria verschenen aan de apostel Jacobus in 40 n. Chr. De gelovigen kussen de pilaar via een kleine opening aan de achterkant van de kapel. Sommige plafondschilderingen zijn van Goya en zijn zwager Francisco Bayeu.
Een andere bezienswaardigheid aan hetzelfde plein is de kathedraal La Seo. La Seo beslaat het oostelijke deel van het plein en is een mengelmoes van bouwstijlen. De absis heeft de typische mudéjar-versieringen in baksteen en keramiek, de ramen zijn gotisch en Romaans. Binnen vindt u een gotisch retabel en Vlaamse wandtapijten.
Vlak bij La Seo staan de mudéjar-klokkentoren van de Iglesia de la Magdalena en de overblijfselen van een Romeins forum. Delen van de Romeinse muur zijn aan de andere kant van het Plaza del Pilar te zien, in de buurt van de Mercado de Lanuza, een markt met ijzerwerk in art nouveau-stijl. Het Museo Camón Aznar heeft veel schilderijen van Goya.
De toren van de San Pablo geldt als de mooiste van Zaragoza. De octagoon is veel rijker dan andere in Andalusië, terwijl het bekende netpatroon toch sober is toegepast. De Santa Mariá Magdalena heeft een hoge en ingewikkelde toren die schittert door de ruitvormige geglazuurde stenen. De absis is mudéjar. De mudéjar-toren van La Zuda is op de fundamenten van de moorse citadel gebouwd.
Het Aljaferia heeft een bewogen geschiedenis. Het werd eind 9e eeuw gebouwd als lustslot voor de moorse koningen. Na de verdrijving van de Moren werd het een Benedictijner klooster, daarna werd het de residentie van de koningen van Aragón, Filips Il bouwde rondom het paleis renaissanceverdedigingswerken, de Inquisitie heeft het gebruikt voor zijn processen en in de Napoleontische tijd werd het zwaar beschadigd.
Het is in de loop der tijden verschillende malen uitgebreid en verbouwd, maar de laatste restauraties hebben een mooi gebouw opgeleverd, waarbij de moorse elementen de boventoon voeren. Om het sierpleister te restaureren zijn van het materiaal dat zich in het Archeologisch Museum in Madrid bevindt, afdrukken gemaakt. Het complex omvat talrijke binnenhoven en woonvertrekken en een paar waterbassins. Voor de arcaden zijn evenals in de Mezquita van Cordoba bestaande zuilen gebruikt, die ook hier te kort waren, wat eveneens opgelost is door het toepassen van extra bogen en ornamenten.