Deze stad van 95.000 inwoners ligt in een uitgestrekt bekken met meren, waar de Malše in de Moldau uitmondt. De visserij kwam hier reeds in de 16e eeuw tot bloei. Nu zijn er allerlei industrieën: levensmiddelen, potloden, de brouwerij waar het bekende Budvar of Budweiser bier wordt vervaardigd, elektronica en metaalgieterijen.
De stad werd in 1265 als koninklijke stad gesticht met de bedoeling om de veroveringszucht van de Zuid-Boheemse adel (met name de Witigonen en later de Rosenbergs) een halt toe te roepen. Van Karel IV kreeg zij in 1358 bovendien nog het stapelrecht, zodat zij uitgroeide tot het handelscentrum van Zuid-Bohemen, waarbij ook meespeelde, dat de Moldau vanaf hier bevaarbaar werd gemaakt. In de Dertigjarige Oorlog bleek de stad een veilige en betrouwbare vesting voor de Habsburgers. In 1738 werd hier een bisschopszetel gevestigd.
In 1832 werden de langdurige connecties met Linz bevestigd door de opening van de eerste spoorlijn met paardentractie in Europa.
Door de uitbreiding van de industrie in de vorige eeuw vestigden zich vele Tsjechen in de stad en ging de Duitse meerderheid verloren.