Nadat men in het openluchtmuseum van Roznov aanvankelijk vooral de karakteristieke houten gebouwen uit het stadje Roznov bijeengebracht had, begon men vanaf 1962 ook ander soort bouwwerken, die in Moravisch Walachije op het platteland dreigden verloren te gaan, naar een nieuwe afdeling, die in 1971 voor het publiek werd opengesteld, over te brengen. Als gevolg hiervan kan men zich nu een beeld vormen van het Walachijse platteland zoals het ongeveer was in de periode tussen het einde van de 18e en het midden van de 20e eeuw.
Veel aandacht wordt onder andere besteed aan de vorm van veeteelt, die tot ver in de vorige eeuw in dit gebied werd uitgeoefend, waarbij in de zomermaanden een soort veehoeder met de dieren van het dorp (vooral schapen) naar de bergweiden trok om daar zijn werk te doen vanuit een eenvoudige berghut. Zijn bezigheden bestonden onder andere uit het maken van kaas. Diverse berghutten en een Pajta, dat wil zeggen een eenvoudig onderkomen voor het vee bij zeer slechte weersomstandigheden, geven een duidelijk beeld van het primitieve leven op de bergweiden: geen ramen, de verlichting moet van het open haardvuur komen en de rook moet door een opening in het dak ontsnappen. De kieren tussen de boomstammen, waaruit de hut is opgebouwd, werden met mos dichtgestopt.
Andere zeer eenvoudige behuizingen in die tijd treft men aan in de houthakkershutten en de hoeven van de mensen, die weinig of geen land bezaten. Daarnaast zijn er diverse behuizingen van iets meer welgestelden, maar uit het feit, dat er zeer vele vormen van huisnijverheid werden uitgeoefend, kan men opmaken, dat het zeer moeilijk was om een bestaan te vinden. Curieus in dit verband is bijvoorbeeld een huis uit Studlov, waarvan de bewoner als castreerder van het vee twee keer per jaar lange tijd van huis was om zijn vak tot in Polen, Duitsland en Hongarije toe uit te oefenen.
Ook boerenschuren en andere objecten van het platteland als klokkentorens treft men aan, alsmede een korenmolen met wieken, want door het veelvuldig droogvallen van de bergbeken was men ook hier vanouds op windkracht aangewezen.
Vertegenwoordigers van het gezag waren in die tijd dikwijls welgestelde boeren en hun 'burgemeesterswoningen' getuigen daarvan. Een goed voorbeeld daarvan is zo'n huis uit Lidecko, waarin leuke objecten worden geëxposeerd, zoals een schoollokaal volgens de voorschriften van 1871.