In de jaren 1780-1784 werd op last van Jozef II de modernste vesting gebouwd van die tijd. Hij noemde deze naar zijn moeder Maria Theresia en de bedoeling was om eventuele aanvallen van de Pruisen beter te weerstaan. In 1886 werd zij ontmanteld, terwijl de zogenaamde Kleine Vesting als gevangenis werd ingericht. In 1914 zat hier Gravilo Princip, de moordenaar van Franz Ferdinand, gevangen.
In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers de Kleine Vesting voor hun politieke gevangenen en werd het stadje ontruimd en ingericht als verzamel- en doorgangskamp voor joodse gedeporteerden.
Alhoewel het dus geen 'vernietigingskamp' was, waren de leefomstandigheden erbarmelijk en liep het aantal gevangenen wel op tot 70.000.
Op het einde van de oorlog bleken ongeveer 33.000 mensen te zijn omgekomen, terwijl er 87.000 naar vernietigingskampen waren gedeporteerd. Met de moed der wanhoop hebben sommige gevangenen geprobeerd om het gezamenlijke moreel op peil te houden. Zo gaf een tekenleraar les aan kinderen en een deel van hun zeer aangrijpende tekeningen is te zien in het joods museum in Praag.
In de voormalige Kleine Vesting is nu een sober, maar aangrijpend museum ingericht, waar men van de gepleegde nazigruwelen kan kennisnemen.