
In 1338 kreeg de Oude Stad van Jan van Luxemburg recht op eigen bestuur.
Om direct een raadhuis te hebben, kochten de vroede vaderen een bestaand vroeggotisch huis aan en lieten dit van een tweede verdieping voorzien. Door keizer Karel IV kreeg Praag de feitelijke status van hoofdstad van het Duitse Rijk en daarom werd het stadhuis uitgebreid met belendende huizen.
De in 1364 voltooide stadhuistoren (69 meter), die men kan beklimmen, geeft een bijzonder fraai uitzicht over het oude Praag en omgeving. In de volgende eeuwen zijn steeds weer aangrenzende gebouwen bij het stadhuis getrokken, zoals bijvoorbeeld nog in 1896 het huis U Minuty.
De witte wanden tussen de vensters zijn bedekt met Sgraffito, een vorm van decoreren uit de renaissancetijd. Men kalkte de zwarte muren wit en door deze kalk weg te krabben ontstonden uitbeeldingen van antieke en bijbelse onderwerpen en zinnebeeldige voorstellingen van algemene deugden.
In het gebouw wordt duidelijk, dat de uiterlijke veranderingen met inwendige aanpassingen gepaard gingen. In de gotisch gewelfde vestibule is in mozaïek de legendarische koningin Libuše afgebeeld, die als stichtster van Praag deze stad een gouden toekomst zou hebben voorspeld.
Het Oude Raadhuis dient nu vooral voor representatieve doeleinden.
Op elk heel uur verzamelen zich grote groepen toeristen tegenover de zuidzijde van de stadhuistoren, waar zich sinds 1410 een astronomisch uurwerk bevindt. Behalve tijd- en kalendergegevens, de stand van maan en sterren, de tekens van de dierenriem e.d. vertoont het raderwerk elk heel uur een kleine maskerade.
Voordat de klok slaat gaan 2 luiken open en een stoet uitbeeldende Christus en de 12 apostelen komt naar buiten en trekt voorbij, terwijl de dood met zandloper de doodsklokjes luidt.
Er zijn ook nog bijfiguren, b.v. een hoofdschuddende Turk, een gierigaard met geldbuidel en een ijdeltuit met spiegel.