Het beroemdste Tsjechische kuuroord is schitterend gelegen tussen de heuvels van Noordwest-Bohemen in het dal waar de Teplá (= warm) zich uitstort in de Ohre. 50.000 inwoners telt deze stad, waar zich met de omgeving meegerekend zo'n 80 warme bronnen bevinden met zout- en zwavelhoudend water, dat heilzaam is voor spijsvertering en stofwisseling.
In de 18e en 19e eeuw stroomde de beau monde toe: Tsaar Peter de Grote, Maria Theresia, Goethe, Schiller, Gogol, Beethoven, Brahms, Tolstoi, Smetana, Dvorák, Karel Marx en vele andere beroemdheden, waarvan nog diverse plaquettes getuigen. Van Goethe is er een borstbeeld, maar deze vond dat er naast Weimar en Rome slechts één plaats prettig was om langdurig te verblijven: Karlsbad. Vele Duitsers in onze tijd nemen kennelijk deze uitspraak van hun befaamde voorvader ter harte!
Ook de grote staatslieden mochten vroeger gaarne de kuuroorden benutten om politiek te bedrijven: de Oostenrijkse kanselier Von Metternich bekonkelde in 1819 met andere vertegenwoordigers van vorsten de Karlsbader Besluiten, waarbij korte metten werd gemaakt met het vrijheidsstreven van de Duitse studenten, georganiseerd in de Burschenschaften.
Karlsbad is genoemd naar de vorst uit Bohemens bloeitijd: Karel IV (1346-1378), die op de hertenjacht in deze streek de geneeskrachtige uitwerking van het bronwater op zijn hond zou hebben geconstateerd. Spoedig liet hij ter plaatse een jachtslot neerzetten, terwijl Karlsbad bij voortduring privileges van de Boheemse vorsten mocht genieten. Aan de hertenjacht herinnert een stenen gems (!?) op een rots buiten de stad. Wel staat deze gems afgebeeld bij alles wat op de stad betrekking heeft.
In de plaats zelf zijn 12 warme bronnen (41-72ş C). De beroemdste is de Vridlo (Sprudel) met een straal van 2.000 liter per minuut. Speciale bekertjes met een hol handvat (als rietje te gebruiken) vergemakkelijken het tot zich nemen van het bronwater. Men kan een soort kluisje huren om niet steeds met het bekertje te hoeven rondzeulen. Een rookvrije wandelzone langs de Tepla, waarvan de damp hier en daar opstijgt, voert ons langs colonnades, waarin de diverse bronnen zijn opgenomen.
De bekendste colonnade is in de jaren 1871-1882 tot stand gekomen in neorenaissancestijl en toont veel gelijkenis met het Nationale Theater in Praag, waarvan de architect, Zítek, ook hier de bouwmeester was: Zítek-colonnade. Twaalf beelden op de uitstekende poorten verbeelden de maanden van het jaar. Voorts vindt men ook galerijen in neo-gotische stijl, evenals de neo-barokke gebouwen in het centrum van de stad, vrijwel steeds uit de 19e eeuw, zoals Grand Hotel Pupp (tot voor kort Moskva). Echte barok is de helder witte kerk van de H. Maria Magdalena uit 1735 van de bekende K.I. Dientzenhofer. De Jugendstil treffen we aan bij de Parkbron (gietijzeren colonnade).
Cultureel vermaak wordt mogelijk door een bezoek aan het schilderijenmuseum, theater en concerten. Er is om de 2 jaar een openluchtfilmfestival. In het voormalige badhuis is een casino gevestigd, dat tot voor kort was voorbehouden aan buitenlandse toeristen. Nu mogen ook Tsjechen zich bezighouden met een gok(je).
In de wijk Brezová kan men ook aan gezondere recreatie doen, zoals watersport.
Naast de glasfabriek Bohemia-Moser is er ter plaatse een andere oude industrie, te weten Jan Bechers vermaarde stokerij van kruidenlikeur, de Becherovka. Een andere inheemse lekkernij zijn de oublies of wafels, die overal worden aangeboden.