...dan pakt uw campingvakantie goed uit!

De geschiedenis van Brugge als handelsplaats

Brugge kende een sterke expansie, want bijna drie eeuwen lang, van de 13e tot de 15e eeuw, was de stad de belangrijkste handelsplaats van Noord-Europa. In 1340 was Brugge met zijn 35.000 inwoners even groot als Londen en Keulen. Alleen Gent, Parijs en een paar Italiaanse steden deden het beter.
In de stad vestigden zich kooplieden uit bijna 20 Europese naties. Met de grote winsten uit de wolhandel bouwden zij prachtige panden.

De Vlaamse lakenindustrie zorgde in de hele regio voor een hoge en ongekende welvaart. Waar de wol, basis van alle goeds, vandaan kwam? Allereerst van de eigen schapen die het op de uitgestrekte poldergronden erg naar hun zin hadden. Later werd de kostbare grondstof ook ingevoerd van overzee, vanuit Engeland, Schotland en Ierland.
Brugge had intussen een omwalling gekregen en de machtige handelaars zochten en kregen medezeggenschap in het bestuur.

Omstreeks 1370 werd op de Burg een stadhuis gebouwd, één van de oudste monumentale raadhuizen van de Nederlanden, pronkstuk en statussymbool voor de zelfstandigheid en de voorspoed van de stad.
Lang niet alles echter was positief. Voor de kleine man was al dat uiterlijke gedoe wrange schijn. De rijke handelaars waren geen weldoeners, maar stelden zich op als echte potentaten die de ambachtslui stevig onder de knoet hielden. In Vlaanderen streed de graaf tegen de Franse kroon. Enerzijds koos Brugge wel partij voor 'zijn' graaf, maar anderzijds bleef de stad een zo ruim mogelijke autonomie claimen.

Op 18 mei 1302 ondernamen de Bruggelingen een aanval op het gehate Franse garnizoen, dat in de stad zijn kampementen had. Deze 'Brugse Metten' vormden de directe aanleiding voor de Guldensporenslag op 11 juli 1302 op de Groeningekouter te Kortrijk, waar een Vlaams leger van gemeentelijke milities de Franse ridders versloeg.

Vanaf het einde van de 19e eeuw werden op steeds meer plaatsen in Vlaanderen 11-julivieringen georganiseerd en in 1973 werd door de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap 11 juli tot de nationale feestdag van de Nederlandse gemeenschap in België verklaard.