
Tussen 1928 en 1930 werd aan de rand van de stad de IJzertoren opgericht ten teken van eerherstel voor de Vlaamse gesneuvelden. Ontelbare jonge Vlamingen die onder het bevel stonden van Franstalige officieren werden hier gedood. Meer soldaten, zegt men, dan er ooit mensen in de Westhoek gewoond hebben. Te midden van de verschrikkingen van een vreselijke oorlog verstonden officieren en soldaten elkaar niet, letterlijk niet en figuurlijk niet. Zodoende werd de toren gebouwd als huldemonument voor wie zijn leven gaf, maar ook als symbool van de Vlaamse ontvoogding.
De jaarlijkse bedevaarten naar de graven van de IJzer, die sinds 1924 georganiseerd worden, dienen duidelijk in dit licht gesteld te worden.
In de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd de toren opgeblazen. Bewust Vlaanderen was met stomheid geslagen. De toren werd herbouwd, maar de opdrachtgevers werden nooit gevonden. Het was evenwel een publiek geheim dat ze behoorden tot het Franstalige establishment.
De betekenis van het IJzermonument kan men niet met een smoesje van tafel vegen. De boodschap AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen - Vlaanderen voor Kristus) wijst op het engagement van een brede beweging van jonge, katholieke Vlamingen. Ondanks dat extreme groepen vaak geprobeerd hebben de bedevaartweide te monopoliseren, besliste het Vlaams Parlement op 9 juli 1997 de IJzertoren als memoriaal van de Vlaamse ontvoogding op te nemen in de eindtermen van het onderwijs.
De site met de 84-meter hoge toren met grandioos uitzicht over de vlakte, de paxpoort, de crypte en het vredesmuseum is zeker een bezoek waard.
Drie kilometer verder ligt de Dodengang, waar 4 jaar lang weerstand geboden werd aan Duitse voorposten die voor de opening van de sluizen over de IJzer geraakt waren. Dag en nacht was de hete adem van de vijand te voelen in onophoudelijk geweervuur.