
Pronkstuk van Brugge is de Halletoren op de Grote Markt. Het belfort is het symbool van de zelfbewuste identiteit van de stad. In de toren hangen de 47 klokken van de Brugse beiaard, waaronder de zoetgevooisde 'triomfklok', goed voor een totaalgewicht van 27 ton.
Klokken kondigden tijden, noodsituaties en feesten aan. Nu worden ze gebruikt voor de typische concerten.
Vroeger werden in de toren ook de archieven en de stadskeuren bewaard, zowat de grondwet van een middeleeuwse stad en de akte van overdracht van bevoegdheden door graven en vorsten. De hoge toren (366 treden) deed ook dienst als uitkijktoren en seinpost bij krijgsverrichtingen.
Het belfort is een typisch Vlaams bouwwerk. Sluis is de enige plaats in Nederland die ook over een stadstoren beschikt.
De Grote Markt is ontmoetingsplaats en decor bij uitstek voor feesten en plechtigheden, stoeten en processies. Vanaf hun sokkel slaan Jan Breydel en Pieter De Coninck, de Brugse tenoren in de Guldensporenslag, hun verre nakomelingen gade en kijken geamuseerd neer op de hedendaagse toerist.

Een boottochtje op de reien is niet alleen een aardige bezigheid, maar het geeft ons ook een ander beeld van de stad, geveltjes en doorkijkjes, die we slechts van op het water kunnen bewonderen.