
Clara Maria van Nassau trouwde in 1643 met Claude Lamoral prince de Ligne, een kwieke edelman uit een voornaam geslacht. De bruid was opgegroeid in het weelderige 'Palais de Nassau' in hartje Brussel en was een donkerharige schoonheid uit de roomse tak van de familie, die de contacten met de noordelijke bloedverwanten verbroken had.
Zo kwam Clara in het bezit van Kasteel Beloeil, oorspronkelijk een middeleeuwse vesting en in de loop der eeuwen een lustslot geworden.
Zij kocht verwoed gronden aan om het park te vergroten en liet de gebouwen renoveren en uitbreiden. Omdat haar echtgenoot altijd het oorlogspad bewandelde aan de zijde van de Spaanse koning of als krijgsgevangene uithuizig was, liet zij zich graag omringen door de groten van Henegouwen en befaamde kunstenaars.
Ondanks vele branden en andere verwoestingen werd het kasteel telkens afdoende hersteld. Gelukkig bleef de rijke collectie portretten, wandtapijten, meubelen, porselein, ivoor en niet te vergeten de schitterende bibliotheek met tienduizenden boeken gespaard. In 1815 had de hertog van Wellington hier zijn hoofdkwartier ingericht.
Merkwaardig in het harmonische park naar Frans model zijn de Neptunusvijver van 460m bij 130m, de rozentuin, de oranjerie, de meer dan tien kilometer hagen en de vele romantische hoekjes, zoals de liefdesbeek, de bronnen of de vijver van de dames.
Befaamd in de zomer is de jaarlijkse 'Nocturne van Beloeil', een totaalspektakel van de klassieke muziek, met vele koren, orkesten, operastudio's, pianisten en solisten, verspreid rond de vijver in het park, badend in een sfeer van duizenden toortsen.