| Het Museum Vleeshuis is ondergebracht in het oude gildenhuis van de Antwerpse slagers. Het gebouw werd opgetrokken tussen 1501 tot 1504. Het is een uitzonderlijk fraai voorbeeld van laat-gotische burgerlijke architectuur, gekenmerkt door het gebruik van baksteen met zg. 'speklagen' van witte natuursteen en witte natuurstenen raamomlijstingen. In de Nederlanden is het zonder enige twijfel het grootste in zijn soort. Ontwerper was de beroemde bouwmeester Herman de Waghemakere, die ook meewerkte aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. In de kelder van het Vleeshuis werd het vlees versneden. Op het gelijkvloers hadden de Antwerpse slagers hun verkoopsstalletjes. De eerste etage diende tot feest- en vergaderruimte. De zolders verhuurde men aan graanhandelaars. Na de verkoop van het Vleeshuis als openbaar goed door de Fransen werd het grootste deel van het gebouw in de 19de eeuw gebruikt als pakhuis. Maar kunstenaars, onder wie de beroemde schilder Niçaise de Keyser, huurden er ook een atelier en gaven er les. Amateurs brachten er toneelvoorstellingen. De Stad Antwerpen kocht het gebouw in 1899 en restaureerde het. Het stedelijk Museum Vleeshuis opende er zijn deuren in 1913. Aanvankelijk toonde men er vooral veel wapens en kunstvoorwerpen uit diverse perioden. Geleidelijk kwam het accent te liggen op twee belangrijke thema's, nl. historische muziekinstrumenten en voorwerpen die iets vertellen over de geschiedenis van Antwerpen. Centraal in de instrumentencollectie staan de tien clavecimbels. Het merendeel is gebouwd door leden van de beroemde Ruckers-dynastie. Hans Ruckers en zijn nakomelingen maakten van het 16de-en 17de-eeuwse Antwerpen het centrum bij uitstek van de clavecimbelbouw. Hun instrumenten waren gegeerd tot in Zuid-Amerika. Tot laat in de 18de eeuw waren er vervalsingen op de markt en paste men authentieke exemplaren aan in functie van de gewijzigde muzikale smaak. Voorts omvat de verzameling muziekinstrumenten o.m. de orgeltafel uit de Parijse Sainte Clothildekerk, waaraan César Franck speelde, en de grootste blokfluit ter wereld. Van enkele instrumentenfamilies toont men de ontwikkeling aan de hand van voorbeelden uit opeenvolgende tijdperken. Schilderijen vertellen dramatische episodes uit de geschiedenis van Antwerpen, zoals de Spaanse Furie (1577) en de belegering van de citadel door de Fransen (1832). Munten en penningen, klokken uit de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het zg. retabel van Averbode en 16de-eeuwse Antwerpse majolica verlenen aan dit alles het nodige reliëf. Er zijn archeologica uit de binnenstad, en een maquette van Antwerpen omstreeks het midden van de 19de eeuw. U ziet wapens, harnassen en allerlei gebruiksvoorwerpen. Fraaie stijlkamers met meubilair, mooie lambrizeringen en zeldzame staande klokken en de reconstructie van een 17de-eeuwse keuken, maken het Vleeshuis tot één der sfeervolste musea van Antwerpen. Op de eerste verdieping vindt men kleine, waardevolle verzameling Egyptische oudheden, waaronder een mummie in een sarcofaag. Daarbij horen vier canopenvazen, bronzen godenbeeldjes en funeraire voorwerpen. Hiertoe behoort een zeldzaam borststuk in electrum.Zowel artistiek als oudheidkundig zijn deze stukken van groot belang. Het is de bedoeling het Museum Vleeshuis binnen enkele jaren uit te bouwen tot museum van de muziek en het muziekleven in Antwerpen vanaf de middeleeuwen. |
| Adres |
| Vleeshouwersstraat 38-40 2000 ANTWERPEN 1 België Tel.: 03-2336404 Fax: 03-2314705 E-mail: vleeshuis@stad.antwerpen.be Museum Vleeshuis op internet ![]() |